\documentclass[dutch,a4wide,12pt]{article}
\usepackage[dutch]{babel}
\usepackage[linkbordercolor={1 1 1},urlcolor=blue]{hyperref}
\evensidemargin=-0.5cm
\oddsidemargin=-0.5cm
\topmargin=-\headheight
\advance\topmargin by -2cm
\textwidth=16.99cm
\textheight=24.62cm

\title{Analyses en Adviezen i.v.m.\ de Beslissing van het Europees Parlement over Softwarepatenten}
\author{Werkgroep\\
swpatag@ffii.org}
\date{2 augustus 2004}
\bibliographystyle{alpha}


\hyphenation{woord-spel-le-tjes toe-voe-gen nau-we-lijks a-na-ly-se a-na-ly-ses te-gen-strij-dig ver-woor-ding on-der-ge-te-kend ge-ken-de uit-ge-voerd da-ta-ver-wer-king rechts-cha-os}


% Pas aan afhankelijk van Belgie of Nederland
%\def\mkbs{MKB'ers}
\def\mkbs{KMO's}

\begin{document}
\selectlanguage{dutch}

\pagenumbering{roman}
\setcounter{page}{1}
\renewcommand{\baselinestretch}{1}
\maketitle
\setlength{\parskip}{0pt}
\tableofcontents
\clearpage

\pagenumbering{arabic}
\setcounter{page}{1}


\section{Inleiding}

Het Europees Parlement heeft reeds, d.m.v.\ een reeks van amendementen, de teksten van de Commissie en de JURI Comissie verworpen. Deze teksten waren zowel qua verwoording als geest grotendeels gelijk aan het tegenvoorstel van de Raad. Deze amendementen voldeden aan de verzuchtingen van de overgrote meerderheid van de Europese software-innovators en onderzoeken i.v.m.\ het innovatiebeleid in de EU, inclusief deze van de Commissie en de raadgevende organen van de EU.


\section{Studies en Adviezen i.v.m.\ het Richtlijnproject over Softwarepatenten}

\def\mysection{\subsection}
\input{studies_nl_text}


\section{Veelgestelde Vragen}

\subsection{Wat is een softwarepatent?}

Een softwarepatent is een patent (een twintigjarig monpolie) op alle computerprogramma's die aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Sinds 1998 laat het Europees Octrooibureau (EOB) {\em programmaconclusies} toe, i.e.\ conclusies van de vorm

\begin{quote}
{\em
computerprogramma [opgeslagen op een drager], gekarakteriseerd door het feit dat bij het laden van het programma in het geheugen $\ldots{}$ [een proces met bepaalde eigenschappen uitgevoerd wordt].
}
\end{quote}

Vanaf 1986 liet het EOB reeds procesconclusies toe op objecten waarbij de enige ``inventieve'' bijdrage lag in dataverwerking, en waarvoor programmaconclusies (zoals nu toegelaten) bijgevolg meer voor de hand liggend geweest zouden zijn.


\subsection{Wat zegt de wet over softwarepatenten?}

Art 52 van het Europese Octrooiverdrag (Verdrag van M\"{u}nchen van 1973) stelt dat ``programma's voor computers), samen met ``wiskundige methoden'' en ``presentatie van gegevens'', geen uitvindingen zijn in de zin van de octrooiwetgeving. De examinatierichtlijnen van het EOB die tot 1985 in voegen waren, verduidelijken deze beperking:

\begin{quote}
{\em 
Een computerprogramma kan vele vormen aannemen, b.v. een algoritme, een stroomschema of een reeks van gecodeerde instructies die opgenomen kunnen worden op een magneetband of op een ander machine-leesbaar opname-medium, en kan beschouwd worden als een speciaal geval van ofwel een wiskundige methode (zie boven) of een presentatie van informatie (zie onder).
Indien de bijdrage tot de gekende stand van de techniek enkel ligt in een computerprogramma, dan is het onderwerp niet octrooieerbaar, ongeacht de manier waarop het wordt voorgesteld in de conclusies.

Bijvoorbeeld, een conclusie op een computer gekarakteriseerd door het feit dat een bepaald programma in zijn geheugen geladen is, of op een proces voor het besturen van een computer onder programmacontrole, zou net zo laakbaar zijn als een conclusie op het programma per se of het programma wanneer het opgenomen is op magneetband.
}
\end{quote}

Met andere woorden: steeds wanneer de nieuwe bijdrage waarvoor octrooibescherming gevraagd wordt binnen het bereik van een programmaconclusie valt, is deze niet octrooieerbaar.

Zie ook ``Art 52 EPC: Interpretatie en Revisie''~\footnote{\url{http://swpat.ffii.org/analysis/epc52/}}.

\subsection{Wat zijn ``in computers geïmplementeerde uitvindingen''?}

Deze term werd ingevoerd~\footnote{\url{http://swpat.ffii.org/papers/epo-tws-app6/}} in mei 2000 door het EOB als een eufemisme voor ``computerprogramma's in de context van octrooiconclusies'', i.e.\ non-uitvindingen volgens de huidige wetgeving. Deze term werd ingevoerd als onderdeel van het ``Trilaterale Project'', een poging van de octrooibureaus om uniforme regels te cre\"{e}ren voor de octrooieerbaarheid van ``in computers geïmplementeerde methoden voor bedrijfsvoering'' in de VS, Japan en Europa.

Het voorstel van de Europese Commissie gebruikt de definitie van het EOB, terwijl het Europees Parlement deze term heeft gedefinieerd als net het omgekeerde: technische uitvindingen waarbij de nieuwe bijdrage niet ligt in het berekenen. De Werkgroep van de Raad heeft nog een andere definitie, dewelke zowel uitvindingen als non-uitvindingen omvat.


\subsection{Waarom heeft het EP besloten om de niet-octrooieerbaarheid van software te herbevestigen?}

Het octrooirecht is een economische wetgeving, en vrijwel alle economische studies geven hoofdzakelijk negatieve effecten aan van softwarepatenten. De Commissie heeft geen grondige studie uitgevoerd over de impact van haar voorstel. De meerderheid van de Europese bedrijven is tegen softwarepatenten. De consultatieve organen (\cite{cor99nl}, {esc02nl}) en twee van de bevoegde commissies van het Europees Parlement adviseerden tegen de legalisatie van de EOB-praktijk.


\subsection{Moeten investeringen in software dan niet beschermd worden?}

Ja, dat moeten ze zeker. De grootste investeringen in softwareontwikkeling worden beschermd door het auteursrecht, en verschillende andere beschermingsmanieren (die het auteursrecht nodig hebben om te kunnen functioneren) worden eveneens gebruikt. Softwarepatenten ondermijnen deze beschermingen die geboden worden door het auteursrecht.

\subsection{Wat met mobiele telefoons en wasmachines?}

De versie van het Europees Parlement laat octrooien toe op nieuwe manieren om natuurkrachten te gebruiken, ongeacht of hiervoor een computer(programma) gebruikt wordt. Sommige octrooien in de telecom- en electronicasector zijn echter inderdaad pure softwarepatenten en zouden, in het tijdperk van de ``mediaconvergentie'', programmeren voor het Internet omvatten. Er zijn weinig of geen redenen om aan te nemen dat pure software patenten enig positief effect hebben op innovatie.

Zie ook ``Waarom software -- in het bijzonder ingebedde software -- niet octrooieerbaar zou mogen zijn''~\footnote{\url{http://www.debatpublic.net/Members/paigrain/blogue/embedded}} en ``Belangen van het FFII en de EU Richtlijnen over Softwarepatenten''~\footnote{\url{http://swpat.ffii.org/analysis/needs/}}.

\subsection{Spreekt de EP-versie internationale verdragen zoals TRIPs niet tegen?}

Neen. In tegendeel, de Commissie- en Raadsversies zijn mogelijk in tegenstrijd met TRIPs.

Zie ook ``Het TRIPs-verdrag en Softwarepatenten''~\footnote{\url{http://swpat.ffii.org/analysis/trips/}}.


\subsection{Bevestigen de Commissie/Raadteksten niet gewoon de status quo?}

Neen. De Commissie/Raadsteksten leggen de praktijk van het Europese Octrooibureau, dewelke niet aanvaard wordt door alle rechtbanken, op aan Europa, en maken op die manier 30,000 softwarepatenten en octrooien op methoden voor bedrijfsvoering veel moeilijker om te weerleggen dan ze dat momenteel zijn.


\subsection{Waarom wordt ``dataverwerking'' uitgesloten van octrooieerbaarheid en wat betekent dit?}

Het enige wat een computer kan doen, is gegevens verwerken, i.e. rekenen met symbolische entiteiten. Wanneer hij gebruikt wordt om een uitvinding te sturen is gegevens verwerken nog steeds het enige wat de computer doet, maar de aangesloten apparatuur kan mogelijk iets octrooieerbaar doen. Dit artikel zorgt voor compatibiliteit met TRIPs en verduidelijkt dat enkel de perifere processen, maar niet software als zodanig, octrooieerbaar is.


\subsection{Waarom definieert het EP ``technologie'' d.m.v.\ verwijzingen naar ``natuurkrachten''?}

De voorstanders van de richtlijn stonden erop dat het concept van ``technische [bijdrage / overwegingen / effecten]'' het enige aanvaardbare criterium zou zijn om aan te geven welke zaken inherent niet octrooieerbaar zijn (i.e., om de ``patentable subject matter'' af te bakenen), en ze stonden erop dat deze richtlijn moest verduidelijken wat octrooieerbaar is en wat niet. Hieruit volgde dat een definitie nodig was.

De verwijzing naar ``natuurkrachten'' is alomtegenwoordig in het traditionele octrooirecht. Ze is gecodificeerd in het Scandinavische Octrooiwetgevingsverdrag, evenals in verschillende octrooiwetten in Oost-Europa en Oost-Azi\"{e}. Ze verschijnt in de meeste besluiten tegen softwarepatenteerbaarheid van Duitse, maar ook van Amerikaanse, Franse en andere rechtbanken.

Zie ook ``Jurisprudentie i.v.m.\ Octrooien Glijdt Af -- De prijs voor het ontmantelen van het concept van de technische uitvinding''~\footnote{\url{http://swpat.ffii.org/analysis/invention/}}


\subsection{Is aandringen op ``natuurkrachten'' nog relevant voor de uitvindingen van vandaag de dag?}

Tegenwoordig is er inderdaad een groeiende trend naar ``convergentie''. Iedereen probeert te abstraheren van de onvoorspelbaarheid van materie en om zoveel mogelijk problemen naar het niveau van dataverwerking te verheffen. Dit is omdat dataverwerking zo gemakkelijk, zo ``berekenbaar'', zo gemakkelijk is.

Het kan modern zijn om dingen gemakkelijk te maken, maar is het ook modern om gemakkelijke dingen te octrooieren?


\subsection{Waarom was het EP niet tevreden met de garanties voor interoperabiliteit van de Commissie?}

De Commissie garandeert enkel het recht om te reverse-engineeren, wat gewoon niet kan verboden worden door een octrooi. Haar artikel laat echter het gebruik van de alzo bekomen informatie niet toe. De mededingingswetgeving is een te log middel om dit probleem op te lossen.


\bibliography{swpat}

\end{document}
